sint jozefkapel

Naast de inrijpoort van de abdij bevindt zich de Sint-Jozefskapel of kapel van Pater Petit. Deze kapel in neo-byzantijnse stijl werd opgetrokken in 1937-38, ter gelegenheid van het eerste eeuwfeest van de Jezuïeten in Drongen. Op 10 september 1938 werden de stoffelijke resten van de charismatische pater Adolf Petit (1822-1914), directeur en uitbouwer van het retraiteoord, naar de kapel overgebracht. In deze merkwaardige kapel met zes altaren wordt iedere eerste zaterdag van de maand de byzantijnse liturgische eredienst gehouden. De koorgezangen worden er verzorgd door het koor Angelskij Sobor.

Buiten de eredienst niet toegankelijk voor het publiek.

Meer informatie

over deze kapel vindt u hier op de website van de byzantijnse kapel


Wie was Pater Petit?

Gent, 22 mei 1822 – Drongen, 20 mei 1914

adolf petitKleermakerszoon Adolf Petit groeide op in een Gentse volkswijk. Hij verloor op zeer jonge leeftijd zijn moeder. Ondanks zijn bescheiden komaf werd hij in 1836 toegelaten tot het Gentse Sint-Barabaracollege. In 1842 trad hij in bij de Jezuïeten in Drongen en in 1855 werd hij priester gewijd. Na een aantal lesopdrachten in Brussel en Namen keerde hij in 1865 definitief naar Drongen terug.

Vanaf 1886 legde hij zich voornamelijk toe op de organisatie van retraites, vooral in het retraitehuis te Drongen. Zusters en broeders, priesters en leken kwamen zo met hem in contact en er ontwikkelde zich een netwerk van invloedrijke personen aan wie hij raad en bijstand verleende. Zijn innemende persoonlijkheid en buitengewone eenvoud maakten hem bijzonder populair. Armen en noodlijdenden waren bij hem altijd welkom. Hij stond ondermeer aan de wieg van l’Oeuvre du Calvaire, een Brusselse organisatie die zich toelegde op de hulpverlening aan ongeneeslijke zieken die aan hun lot waren overgelaten.

Aanvankelijk werd pater Petit begraven op de toenmalige begraafplaats, naast de pastorie. Na zijn dood kwam een devotiebeweging op gang van zijn dankbare oud-retraitanten en zijn medebroeders. Zijn ’heiligenleven’ werd in verschillende biografieën beschreven. In 1937 werd een procedure voor zaligverklaring aangevat en werd hij ‘Dienaar Gods’. Toen zijn kist in 1938 werd geopend trof men er zijn bruin geworden maar intact lichaam aan. Dat werd als een teken van heiligheid beschouwd. Op 15 december 1966 werd Petit uitgeroepen tot ‘Eerbiedwaardige Dienaar Gods’ of ‘Venerabilis Servus Dei’, eerste stap naar de zaligverklaring. Met de jaren viel de devotie stil. Het zaligverklaringsproces werd in 1992 gestopt.

In 1937 werd op de gronden van de Oude Abdij een kapel gebouwd, gewijd aan de heilige Jozef. Het stoffelijk overschot van pater Petit werd er plechtig naar overgebracht, in het bijzijn van de bisschop van Gent.